E-mail

BuiltWithNOF
29 februari 1960

Hr Ms De Ruyter C 801

Datums 29-02-1960 Agadir – aardbeving

commandant Ferwerda

 

Naar Agadir, Marokko, in 1960. De Nederlandse marine was in de buurt en verleende noodhulp toen de stad was getroffen door een zware aardbeving.

 

Nederlanders in actie

‘Puin’, herinnert commandant Ferwerda zich. ‘Puin, er was allemaal puin. Er stond niets meer’. ‘De penetrante lijkenlucht’, zegt matroos Jan Rombouts meteen. ‘Die zit erin gebrand. Die gaat nooit meer weg’. ‘Waar je ook keek, alles was weg’, zegt kanonier Sporken.

Het is rond half twaalf ’s avonds, 29 februari 1960, als Agadir schudt. Een aardbeving van 5,9 op de schaal van Richter verwoest een groot deel van de rond 50000 inwoners tellende stad. De Islamitische woonwijk, de Kasba, gebouwd tegen de helling van de berg, gaat voor 90% tegen de vlakte. Van het Europese deel van de stad stort ongeveer 70% in.

Op de Middellandse Zee ligt op dat moment het Smaldeel I van de Koninklijke Marine voor anker. Het Smaldeel I, een vloot schepen bestaande uit de jagers ‘Hr.Ms. Limburg’, ‘Gelderland’, ‘Drenthe’, de kleinere ‘Bitter’ en de onderzeeboot ‘Zwaardvis’, is onder leiding van het vlaggenschip ‘Hr. Ms. De Ruyter’ op oefening. Veel van de opvarenden zijn op hun eerste reis, worden nog opgeleid en zijn rond de 16, 17 jaar oud.

‘We waren van plan naar Toulon te gaan’, zegt de toenmalige commandant Ferwerda. Maar de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten beslist anders. Hij dirigeert Ferwerda naar de Marokkaanse kust, naar Agadir. ‘We kregen de opdracht met vrij hoge vaart op te stomen naar Agadir’, zegt de nu 93-jarige Ferwerda thuis aan zijn eettafel. En dat doe je dan. Ook leraar opleiding Kanonnier Sporken herinnert zich dat de schepen koers zetten richting Agadir: ‘We lagen in de buurt van Gibraltar en in plaats van rechtsaf, gingen we linksaf naar Agadir’.

De ‘De Ruyter’ en de drie jagers trekken het gas vol open. De ‘Bitter’, het ‘korvetje’, zoals commodore Ferwerda het scheepje liefkozend noemt, kan de andere schepen niet bijbenen en zal later aankomen. De ‘Zwaardvis’ blijft in Gibraltar, eventueel kan die later nog worden opgeroepen.

 

Orders van kroonprins Hassan

De schepen gaan voor anker voor de kust, want Agadir heeft geen echte haven. De toen 16-jarige Jan Rombouts herinnert zich vooral de stank. ‘Ik geloof dat dát de eerste indruk was. Niet wat je zag, maar wat je rook’, zo zegt hij 45 jaar na dato. De lucht die van land over zee de schepen tegemoed waait, draagt de zware stank van lijken. Ferwerda gaat aan land en meldt zich bij kroonprins Hassan. Die heeft van zijn vader, koning Mohammed, de taak gekregen de hulp te coördineren. Naast de Nederlanders zijn er ook Franse en Amerikaanse troepen aanwezig, en natuurlijk de eigen bevolking.

De kranten schreven later dat hij in een paleis zat, zegt Ferwerda, die meent dat het een tent was, waarin Hassan zitting had. Daar heeft hij zijn hulp en die van zijn manschappen aangeboden. ‘Koel’, zegt Ferwerda over de sfeer van het gesprek. ‘Of misschien is zakelijk een beter woord’. Toch, de hulp wordt in dank aanvaard en de Nederlandse Marine krijgt een aantal wijken toegewezen. ‘Wij zaten in de armoedige wijk, waar de schade ook nog het ergst was’, zegt Ferwerda.

 

Eindeloze rij lijken

‘Founti’, zegt Sporken. ‘We kregen een wijk toegeschoven en die heette Founti’. Sporken meent dat de wijk ongeveer 500 vierkante meter besloeg. ‘Onbeschrijfelijk’, zo zegt hij over wat hij daar aantrof. ‘Er was niets meer heel, geen straten, niets’. Het is een dichtbevolkte wijk, langs de haven, gebouwd tegen de helling die oploopt naar de Kasba op de heuveltop. De huizen zijn meest van licht materiaal gebouwd en bijna alles is volkomen verpulvert, zo zegt ook het herdenkingsboekje dat ‘De Nederlanders gaan aan het werk’ heet. Graven, puin wegdragen, wat kunnen ze verder doen? Eventueel mensen die gevonden worden onder het puin uithalen en wegbrengen. Rombouts en Ferwerda hebben geen overlevenden gezien. Sporken wèl: ‘Een vrouw en een kind. Dat was erg emotioneel, moet ik zeggen’. Voor de rest zijn het alleen maar lijken die de mannen naar boven halen. Ze worden in lange rijen op de boulevard gelegd. ‘Kop aan kop’, zegt Rombouts. Hij zal het niet vergeten en hij is niet de enige. De eindeloze rij lijken heeft veel indruk gemaakt op iedereen die erbij is geweest. Op de archiefbeelden en op de foto’s is de rij ook te zien. De rij is zó aanwezig dat ie bijna niet opvalt. Pas in tweede instantie zie je dat wat in eerste instantie puin lijkt lijken zijn, afgedekt met kleden.

Het is warm in Agadir en de twaalf- tot vijftienduizend lijken -op een bevolking van ongeveer 50000- zijn teveel om snel te kunnen worden begraven. ‘De stank werd met het uur erger’, weet Sporken nog. Het gevaar van besmettelijke ziekten dreigt. Op filmbeelden zien we legerjeeps en vliegtuigen een paar dagen na de ramp een of ander middel rondspuiten om de boel onder controle te houden. Volgens Sporken is het ongebluste kalk geweest, om de boel te ontsmetten. De lijken worden afgevoerd en in massagraven gedumpt. Het enige dat kan worden gedaan is ze met ongebluste kalk overladen en dan snel met aarde toedekken.

Met Marokkanen is niet veel samengewerkt, geven ze alledrie aan. Het was niet de opdracht, zo meent Sporken. Volgens hem regelde de Staf de zaken met de Marokkanen en de Fransen. ‘Die zeiden dan: “Je moet daar of daar eens even gaan kijken” en dan gingen we’. Degenen van de lokale bevolking die wat konden doen werden ingezet bij het opruimen van allerhande zaken. Maar veel van hen liepen vooral radeloos rond, herinnert Rombouts zich.

 

De ‘Jannen’ gaan terug

Rombouts was met zijn 16 jaar na een paar uur al weer terug aan boord, ‘want het bleek dat onze inspanningen eigenlijk teveel waren’. Er waren al genoeg hulptroepen. Sporken, die toen 29 jaar was, heeft langer geholpen. Hij werkte in ploegendiensten van een uur of vijf en na twee dagen was het over. ‘De derde dag waren we terug aan boord en toen zei de Staf ook: “We gaan niet meer, we gaan weg. Want morgen komen de Amerikanen en die gooien er ongebluste kalk overheen. Over heel Agadir’.

Terug aan boord was het zaak voor de mannen zo snel mogelijk alles uit te trekken en schoon te krijgen. Een grote ton met Lysol voor de ontsmetting en dan naakt naar het voorschip om je daar onder een zelfgebouwde neveldouche te wassen. De kleding ging naar de wasserij, maar volgens Sporken was het onbegonnen werk te proberen de kleren schoon te krijgen. Ze moesten zo heet gewassen worden dat vrijwel alles te klein terug kwam.

 

Evaluatie

 ‘Oefenen’, zegt Ferwerda over wat de jongens eigenlijk aan het doen waren. ‘De hoofdzaak was om jeugdige schepelingen op te leiden, op te voeden. Tot kanonniers, tot mensen voor de onderzeebootbestrijding (…)’ En vervolgens belandden de ‘Jannen’ hierin.  Was het zinnig? Jazeker, meent de oude commandant. ‘Je gaat daar werken in de hoop dat je nog mensen kunt redden. Dat lijkt me wel zinnig’. Dat het zo droevig was, wisten ze van tevoren niet. Op foto’s van het Instituut Militaire Historie in Den Haag zijn de Nederlanders te zien, brancards tillend, lopend tussen het puin en de toch echt vele lijken. Sporken had de mannen er niet ingestuurd als het aan hem had gelegen, zegt hij. ‘Zoals dit, dat hadden andere lui moeten doen. Niet wij, echte hulpverleners’. Maar de hiërarchie was streng, weet ook Rombouts, en dus doen ze het. ‘Je moet snel de wal op. Maar ik was zestien en wist van te voren helemaal niet wat er op me af kwam’.Verscheidene van de vooral jonge opvarenden hebben later problemen gekregen met wat ze toen hebben meegemaakt. Ferwerda kan het zich voorstellen, weet dat hij ouder was en het werk zelf niet heeft gedaan, er slechts langs is gelopen. Was het wel verantwoord de jonge knullen erin te sturen? Een ferm ‘Ja’ volgt. ‘Ja, vind ik’, zegt hij. ‘Het lijkt me verschrikkelijk moeilijk om als er zoiets gebeurt, en er moet geholpen worden, dan te zeggen: “Nou, het is me té. Ik doe dit niet”. Dat kan niet’, klinkt het stellig.

 

‘De aarde is boos. En daarom schudt ie’

Natuurlijk is de commandant in 1960 bedankt door de Marokkanen. En door de Nederlandse minister van Marine en met een telegram van de ambassadeur in Marokko. Maar dat was het dan ook. In 2000, veertig jaar na de aardbeving, hebben de mannen een herinneringsmedaille gehad. Rombouts heeft hem. Leuk, maar ver over tijd, meent hij. ‘Dat hadden ze moeten doen toen we 17, 18 waren. Niet veertig jaar later’. Ook Sporken heeft hem en hij vindt het belangrijk dat ik hij hem alsnog heeft gekregen. ‘Maar, het is een draagmedaille en ik had liever een officiële onderscheiding op mijn uniform willen hebben’. Ferwerda heeft voor de penning bedankt. ‘Ach, wat moet een oude man als ik er nou nog mee?’, zegt hij.

Allemaal denken ze terug aan de ellende die ze in Marokko zagen. Ferwerda zegt: ‘Mijn schoonzuster zei onlangs: “De aarde is boos. En daarom schudt ie”’.

In 2000 is de draaginsigne en oorkonde Agadir 1960 uitgereikt tijdens een ceremonie en reünie te Bronbeek. Niet alle toenmalige opvarenden van Smaldeel I waren daarbij aanwezig.

 

1960: Thousands dead in Moroccan earthquake

A huge earthquake has devastated the southern Moroccan city of Agadir killing thousands.

A major operation is now underway to rescue scores of people, including many tourists, still trapped under the rubble.

Most of the "new town" area of Agadir has been completely destroyed and the heavily populated Talborit quarter is believed to have been the hardest hit.

The number of dead currently stands at more than 1,000 although some have suggested the toll could rise to as many as 20,000.

The earthquake, which measured 6.7 on the Richter scale, hit the city at 2339 hrs (local time) tonight.

Cries for help

It lasted for more than 10 seconds and was accompanied by a massive tidal wave which added to the destruction. Fire broke out across the city soon afterwards.

Eye-witnesses report hearing screams and cries for help from those trapped.

A British tourist, staying in one of the city's luxury hotels, told the Times newspaper: "It was very frightening, and within a few moments masonry was dropping all around us.

"The lights went out and there was complete darkness. For a moment we just sat, not knowing what was happening."

Another said: "I was reading in bed in my room at my hotel when the earthquake came.

"The room seemed to swirl around and then the ceiling collapsed and the walls caved in."

Rescue teams have been drafted in from Morocco's main regions and from cities around the world.

Agadir's airport, which was undamaged, has been set up as a temporary hospital for the injured. Many wounded were flown to Casablanca during the night.

Among the buildings reduced to a pile of rubble were the city's hospital, the newly-constructed luxury Saada hotel and The National Militia headquarters.

 

Two days after the earthquake the Moroccan authorities ordered the total evacuation of Agadir in a bid to avoid the spread of disease.

Offers of financial, medical and military assistance flooded in from around the world in the days following the disaster.

A week after the earthquake King Mohammed of Morocco visited the site with members of his family. He pledged that the town would be rebuilt by 1961.

People, including several children, continued to be pulled alive from under the rubble for up to 12 days following the disaster.

The final death toll was 12,000. The earthquake was the worst to ever hit Morocco.

Modern-day Agadir was rebuilt a mile (2kms) south of the earthquake epicentre and is now a seaport and seaside resort with a large sandy beach.

 

Over one-third of the population of Agadir was killed and at least another third injured by this short-duration earthquake, which lasted less than 15 seconds. It is the most destructive "moderate" quake (magnitude less than 6) in the 20th Century - the direct opposite of the magnitude 8.1 Mongolian earthquake of 04 Dec 1957, which killed very few people. All buildings in the Founti, Kasbah and Yachech sections of Agadir were destroyed or very severely damaged and more than 95 percent of the people in these areas were killed. Over 90 percent of buildings were destroyed or damaged in the Talbordjt district and more than 60 percent were damaged in New City and Front-de-Mer districts. The exact casualty figure is unknown because once it was clear there could be no more survivors in the rubble, much of the area was bulldozed because of health and safety concerns. This moderate quake was so destructive because it was a shallow event right under the city. Also, few buildings had been built to seismic codes because people thought that the area did not have a serious earthquake risk. It had been forgotten that a previous town at this location, named Santa Cruz de Aguer, had been destroyed by an earthquake in 1731.

 

The Agadir, Morocco Earthquake February 29, 1960 The night of February 29, 1960 was a typical winter night in Agadir, warm and clear, with the stars bright overhead. The hotels were filled with a gay tourist crowd, and the native Moroccans were celebrating and feasting in observance of the third night of Ramadan, the annual religious season which Mohammedans observe by fasting through the daylight hours and feasting by night. Only one factor distinguished this particular evening from the others of the season; slight earthquakes had been felt during the past week and a particularly strong shock had occurred this day, just before noon. This was a bit disquieting for a region in which common knowledge insisted earthquakes "never" occurred.

Then at 11:41 p.m. the earth gave a sudden violent lurch. A survivor said, "The earth was kicked from under us." The ground motions lasted less than 15 seconds, but in this brief time the old masonry buildings in the Kasbah, Founti, and Yachech districts wobbled and collapsed, burying thousands of Moroccans in the rubble. In the Talborjt district, the newer, more modern appearing buildings developed cracks in the plaster exposing the weak masonry beneath; whole walls broke loose and crashed into the streets; complete buildings settled into rubble, burying thousands of Moroccans in the debris. In the New City and the Front-de-Mer, modern appearing reinforced concrete hotels and apartments revealed their deficiencies in design and construction, collapsing in total ruin and burying hundreds of Europeans in the heaps of twisted beams, columns, and shattered floor slabs. Within seconds entire districts of the city had been destroyed, thousands of people had been killed outright, and even more tragically, additional thousands had been buried alive in the debris to die agonizing deaths days later.

Rescue efforts were mobilized by many nations almost at once. The first news of the disaster was flashed to the outside world by the radios of Spanish fishing vessels anchored in Agadir harbor. French sailors and marines at the Agadir naval base were alerted by the ground motions and had rescue trucks on their way to the city within an hour. They were followed to the scene by Moroccan soldiers and French military personnel from other nearby bases. The next day King Mohammed V arrived to survey the magnitude of the disaster, and immediately placed his son, Prince Moulay Hassan in charge of all rescue operations. The same day air lifts of rescuers and emergency supplies began to arrive from American bases in Morocco and Germany. The Spanish military forces organized their own air lift, sending in soldiers and additional supplies.

On March 3, Company A of the 79th Engineer Battalion, U.S. Army, arrived from Germany by air lift, with complete field and construction equipment, By this time very few persons were found still alive in the debris, and the heavy equipment was soon assigned to leveling the few walls which remained standing in the Kasbah and Yachech areas so that the decontamination crews could operate. The bulldozers also performed very effectively in opening the streets which has been thoroughly blocked with debris falling from the buildings. The principal rescue efforts were terminated on March 4, in favor of drastic measures for decontamination and disease prevention. However, a few people were found still alive after having been buried in the rubble for as long as ten days.

In summary, it may be stated that the Agadir earthquake of February 29, 1960, was one of the most devastating local quakes of all times. Within a period of a few seconds and over an area of only a few square miles, the bulk of the city of Agadir was completely destroyed and over a third of its citizens killed. In areas such as the Kasbah and Yachech the death toll amounted to 95 per cent of the population, and almost every structure was completely shattered. The total number of casualties will never be known; thousands of bodies could not be recovered from the debris. But a reasonable estimate has indicated at least 12,000 killed and 12,000 wounded.

Taken from "The Agadir, Morocco Earthquake February 29, 1960," 1962, American Iron and Steel Institute, New York, pages 12-15.

 

Agadir, Morocco, Revisited Seven Years After the Disaster The sudden destruction of Agadir, Morocco, by an earthquake on February 29, 1960, was vividly recalled by many Moroccans on the seventh anniversary of the occurrence. This once-flourishing port and tourist haven reported that about 40 percent of its population of 35,000 were killed, and that property was damaged to the extent of about $70 million.

The following is a report on the reconstruction of Agadir, prepared by Mr. Pierre Stahl, UNESCO Expert, Service de Physique du Globe, Rabal, Morocco:

  • The Department of Public Works, which supervised the rebuilding, edicted severe regulations on both repair and construction. Each building was inspected to ensure the fulfillment of their building codes. Since the imposed regulations were too strict in many cases for multistory houses, the traditional type of square buildings around an inner patio is now very common. Due to the fact that the Government funded the main expenses and provided grants and loans only if the conditions of their building regulations were met, enforcement of the code was not difficult.
  • At present, the city's population has soared to about the same as it was in 1960 - near 35,000. Provisions for 2000 tourists, attracted by the temperate climate and beautiful beaches, have been made by the owners of hotels and bungalows. In an effort to rebeautify the city, more than 85,000 trees have been planted. Roads, streets, harbor facilities, and power and water supplies are better than before the disaster. Nearly $45 million has been spent to ensure that the buildings are less susceptible to such extensive damage in future earthquakes, and to make the city more attractive than ever to the tourist.
  • Abridged from Earthquake Information Bulletin, April 1967, Volume 1, Number 2.
  •  

    [Home] [29 februari 1960] [Video 1960] [Foto's 1960] [Foto's Vranken] [Lito-Agadir] [Buitenland] [Agadir Story] [10 jaar later 2000] [Oprichtin Reunie] [Stichting Agadir] [Bronbeek 2009] [Naar Agadir] [Reunie-2010] [Bronbeek 2010] [Reisverslag] [Berichten Reunie] [Marine Website]