------------

eXTReMe Tracker
reis naar de West in 1962

Deze pagina staat in het teken van de reis naar de West in 1962 en wat de media daarover te melden had. Krantenknipsels ontvangen van Ton Michiels.

Ruim negentienhonderd marinemannen zullen maandag met vijf schepen uit Nederland vertrekken voor een oefenreis van drie maanden naar de West. Tezamen vormen de oorlogsbodems het operationele smaldeel V. Het vliegkampschip Karel Doorman is er de kern van. Aan deze voorjaarsreis naar de Nederlandse Antillen en Suriname nemen verder deel de onderzeebootjagers Limburg en Groningen en de onderzeeboten Dolfijn en Zeeleeuw.

Geruchten als zou het smaldeel bij eventualiteiten in Nieuw-Guinea opdracht krijgen om via het Panamakanaal op te stomen naar de wateren van dat verre rijksdeel, doen ook onder de bemanningen de ronde, maar er is niets over beslist. Daarom blijft het reisdoel de Caribische Zee. De laatste verlofploeg is afgelopen woensdag aan boord van de schepen gekomen. De Karel Doorman is toen uit Den Helder omgevaren naar Rotterdam om er olie en benzine te laden. Maandagmorgen tegen elf uur zal het anker worden gelicht.

In grote trekken ziet het vaarprogramma er als volgt uit. Van 7 tot 9 februari zal het vliegkampschip op de rede van Paramaribo liggen en de rest van het smaldeel in de haven van de Surinaamse hoofdstad. Van 16 februari tot 2 maart zullen de Karel Doorman en de Limburg voor een zogenaamde “stillig-periode” in Willemstad op Curaçao verblijven en de andere schepen tot 5 maart. Het vliegkampschip en de Limburg brengen van 2 tot 5 maart een bezoek aan Aruba. Samen met de Zeeleeuw komt de Karel Doorman op 18 maart in Bonaire, waarna het hele smaldeel van 23 tot 25 maart de ronde doet bij Bovenwindse Eilanden. Op 18 april worden de oorlogsbodems weer in Nederland terug verwacht.

De Karel Doorman, die nu al veertien jaar het vlaggeschip is van de Nederlandse marine, zal nu zijn derde reis gaan maken naar de West. Eerder kwam het schip er op bezoek in 1950 en 1952, toen het squadron nr 1 van de Marine Luchtvaartdienst naar Curaçao bracht. Er volgden later nog twee grote reizen, in 1954 naar Canada en de Verenigde Staten en in 1960 de veelbesproken trip naar Nederlands Nieuw-Guinea, waarbij het de vlag vertoonde in alle vijf de werelddelen. Smaldeelcommandant is dit keer de commandeur Van Es, wiens fraaie hut vrijwel grenst aan die van de commandant van het vliegkampschip, de kapitein ter zee baron Van Lynden, die bekend is om zijn messcherp geknipte baardje. Hij is de man, die het directe bevel voert over de 1250 bemanningsleden aan boord van de Karel Doorman.

Het drijvende vliegveld dat tussen 1954 en 1958 werd gemoderniseerd met een “hoekdek”, heeft de onderzeebootbestrijding als hoofdtaak.

 

Daartoe heeft het schip een aantal nieuwe S2f Grumman Trackers aan boord gekregen, tweemotorige vliegtuigen, die lange patrouilles kunnen maken voor het opsporen en vernietigen van vijandelijke onderzeeboten. Verder is er een groep Sikorsky-helikopters van het type HSS-N beschikbaar, die dichter bij het moederschip in combinatie via kruispeilingen door in zee neergelaten antennes eveneens onderzeeboten kunnen opsporen. Dan was er tenslotte nog een squadron Seahawk-straaljagers aan boord voor de luchtverdediging, maar vorig jaar werd besloten deze toestellen aan wal te houden wegens plaatsgebrek op het vliegkampschip. In speciale gevallen kunnen er nog wel een paar worden meegenomen, zoals verwacht werd bij de aanstaande reis.

De Karel Doorman is het tweede vliegkampschip met deze naam. Ook het eerste werd overgenomen van de Britse marine. Het heeft twee jaar dienst gedaan, waarvan een jaar in Nederlans-Indie. In 1948 werd het schip teruggegeven aan de Engelsen, die toen een nieuwer exemplaar beschikbaar stelden. De standaard waterverplaatsing is 1.582 ton. De grootste lengte is bijna 213 meter en de grootste breedte ruim veertig meter. De gemiddelde diepgang is 7,5 meter In de machinekamer staan turbines met een een vermogen van 40.000 pk. De maximum snelheid ligt rond 25 mijl (46 km per uur) . Het schip heeft ruimte voor ongeveer 35 vliegtuigen, die met liften in de onderdekse hangars kunnen worden gestald. De bewapening bestaat uit tien mitrailleurs van 40 mm en twee rekken dieptebommen. Op volle operationele sterkte heeft het schip een bemanning van 1.509 koppen. Dat is bijna zes keer zoveel als van hypermoderne onderzeebootjagers, die de Doorman vergezelen.

Snelle jagers

De Groningen en de Limburg zijn van de zogenaamde “Friesland-klasse”, waar acht jagers van werden gebouwd. Hoewel deze schepen speciaal voor de onderzeebootbestrijding bestemd zijn, kunnen ze voor allerlei oorlogskarweitjes worden ingezet. De compact gebouwde schepen meten bijna 2500 ton. Met hun stoomturbines van 60.000 pk kunnen ze onder ideale omstandigheden de onwaarschijnlijke snelheid van iets boven de veertig mijl varen. Dat zou over de weg ruim zeventig kilometer per uur zijn. Officieel staat de maximum snelheid vast op 36 mijl. Ze zijn 116 meter lang en ruim elf meter breed. Als bewapening voeren ze mee vier kanonnen van 12 cm in dubbeltorens, zes mitrailleurs van 40 mm, een lichtraketwerper van 10,3 cm, twee werpers voor dieptebomraketten en twee dieptebomrekken.

De speciale gevechtskracht van deze onderzeebootjager schuilt eigenlijk onderdeks. Daar staat de ingewikkelde radar-apparatuur voor opsporing van oppervlakte-schepen en vliegtuigen en van onderzeeboten. Commandant van de Limburg is overste Van den Bergh en van de Groningen is het overste Kruimink. De Limburg is in 1960 met de Karel Doorman meegeweest naar Nieuw-Guinea. De Groningen heeft in 1957 vooral naam gemaakt door zijn acties in de wateren rond Indonesië, toen het meehielp om KPM-schepen uit de vingers van Soekarno te halen.

Van de onderzeeboot Dolfijn is de luitenant-ter-zee L. Roele commandant. Hij is dat sinds het schip eind december 1960 in dienst werd gesteld. Het werd bij de Rotterdamse Droogdokmaatschappij gebouwd, samen met het zusterschip Zeehond. Het exclusieve aan deze onderzeeboot is de rompconstructie, die bestaat uit drie aparte cilinders. Hierdoor is een grote drukweerstand ontstaan. Een dergelijke constructie is nergens ter wereld nog toegepast. De grootste lengte is 79,5 meter, de breedte 7,84 meter en de waterverplaatsing 1140 ton. De diesel-electromotoren hebben een vermogen van 1550 pk boven water (diesel) en 2200 pk (electro) onder water. De snelheid onder water ligt maximaal op 17 mijl. Deze schepen hebben twee schroeven en een bemanning van 64 koppen. De bewapening bestaat uit acht torpedobuizen van 53 cm.

De andere onderzeeboot, die meegaat naar de West is groter. Het is d de Zeeleeuw met als commandant de luitenant ter zee Van der Griendt. Dit schip is negen jaar oud; het werd direct na zijn in dienststelling door de Amerikaanse regering uitgeleend aan de Nederlandse marine. Met de Zeeleeuw kwam toen ook de Walrus mee naar Rotterdam. Beide onderzeeboten zijn begin 1958 al in de Antillen geweest. Het zijn gestroomlijnde "fleet-type"-boten, behorende tot de zogenaamde "Balao-klasse". De Zeeleeuw meet 1.520 ton. De lengte is 93,6 meter en de breedte 8,3 meter. Het machinevermogen boven water (diesel) is 6.500 pk (maximum-snelheid 19 mijl) en onder water (elektrisch) 2.700 pk (maximum-snelheid 10 mijl) . Het schip heeft tien torpedobuizen en een bemanning van 79 koppen.

Kinderkermis

De Karel Doorman neemt een grote voorraad victualiën mee op de voorjaarsreis. Op deze voorraad kunnen desgewenst ook de andere schepen van het smaldeel terugvallen. Een willekeurige greep uit de vele artikelen leert, dat het vliegkampschip 86.000 flesjes cola, 150.000 flesjes limonade, 240.000 pakjes sigaretten, 14.000 eieren, 70.000 burgenluchtpostbladen, 2.500 braadkuikens, 10.000 koeken, 6.000 kilo groene erwten voor snert en 30.000 kilo rijst voor de nassi goreng aan boord heeft gekregen. Er gaan twee schilders van zeegezichten mee, de heren Hamers en Van Dijk.

Verder staat een miniatuurkermis opgeslagen in de hangars. Die is geleend van de artillerieschool. Er is een wip bij, een zweefmolentje en een vliegtuigbaantje, die bestemd zijn om op het vliegdek te worden opgesteld als het schip een haven aandoet en kinderen te gast krijgt. Voor de verpozing van de bemanning gaan er nog twee zeilbootjes mee en zeventig films, die uitgewisseld zullen worden met de andere schepen. Merkwaardig is nog, dat vele dienstplichtige matrozen, die in de komende maanden met groot verlof zouden gaan, vrijwillig hebben bijgetekend om deze voorjaarsreis nog te kunnen meemaken. Als haventoelage in het buitenland krijgen de gewone matrozen zes gulden per dag boven hun normale "katje' , zoals het traktement bij de marine heet. Tenslotte neemt het vliegkampschip nog wat voorraden materieel mee voor de marine-detachementen in de West. Het zijn vooral veel onderdelen voor schepen en vliegtuigen.

 

Op maandagmorgen vertrok de Karel Doorman van de steiger van de Holland Amerikalijn, Wilhelminakade, Rotterdam. Men vertrok uit een wat killig Rotterdam. Varende langs Vlaardingen en Maassluis ging de lucht open en werd van een aangenaam blauw. De Gooise schilder Flip Hamers, een man die snel in geestdrift weet te raken, riep uit dat het een uniek vertrek was en ik was bereid het te beamen. Hij is een zeeschilder die eerder met de Doorman uit varen ging, dus een man die het weten kan.

 

 

Onder het lunch-uur kwamen een paar kwieke helikopters nog wat opvarenden aanreiken. De bedoeling was dan verder dat in de middag elf Grumman Tracker-antieonder-zeebootvliegtuigen, afkomstig van het vliegveld Valkenburg, op het Doorman-dek zouden neerstrijken. Dat is niet gebeurd. In de middag voer de Doorman de mist in. Als een summier sprinkhanenwolkje zagen we de Grummans in de verte daar nu eens in en dan weer uit dansen. Maar van oplanden kon geen sprake zijn. Foxtrot close up ging niet door. Des middags ging het vliegkampschip een paar mijl uit de kust voor Katwijk voor anker. Op een stil plekje Noordzee lag de Doorman ’s avonds te wiegen, en in de voorlongroom was het stampvol. Want daar staat een TV-toetel dat Lopik uitnemend opvangt en waar dus te vernemen was wat de NTS-journaaldienst te melden had over de schermutselingen in de wateren bij Nieuw-Guinea.
Deze bijzonderheden over gebeurlijkheden aan boord van de Karel Doorman kan ik u met grote zekerheid mededelen. Want ik zit erop. Ik zit er ook een beetje mee in. Wanneer er hierboven al eens een zakelijk klinkend zinnetje viel te noteren dan moet u zich daar toch niet door laten misleiden. U moet niet in de waan gaan verkeren met een vakman in het marinebedrijf te maken te hebben. Niets is minder waar. In mij heeft men een pure leek meegestuurd. En dat dient dadelijk maar gezegd, dan weten we allebei hoe het zit.
Als een blanco blad ben ik neergedwarreld op het vlaggeschip van de Nederlandse marine, dat deel uitmaakt van smaldeel V, waarvan verder deel uitmaken de jagers Groningen en Limburg en de onderzeeboten Dolfijn en Zeeleeuw. De voorjaarsoefenreis die dit smaldeel gaat maken houdt in dat men via de Kanarische Eilanden naar de West vaart, met Atlantische Oceaan en Caraibische Zee als oefengebieden. Individueel of in gezamenlijk verband zullen de schepen bezoeken afleggen aan Paramaribo (begin februari), Willemstad (half februari), Aruba (eerste week maart), Bonaire (midden maart) en Bovenwindse Eilanden (eind maart) om in de buurt van 18 april weer thuis te zijn.
Over deze reis, en over de Doorman man dan speciaal, mag ik u het een en ander berichten. D.m.z. over een segment van de reis. Want ik ga niet verder mee dan Curacao. Tegen die tijd moeten de Doorman en ik enigszins vertrouwd met elkaar zijn geraakt. Op het ogenblik weten we nog niets van elkaar -vrijwel niets. Dat was de bedoeling van de krant die me meestuurde.

 

 

Tot ruim een etmaal geleden wist ik van de Doorman niets meer of minder dan de gemiddelde lezer. Dat het een groot schip is. Ik weet er iets meer van nadat ik anderhalf uur in straf tempo met nog enkele burgers (2 schilders, 1 collega-kranteman) heb aangelopen achter de marvo-officier, luitenant ter zee 1e klasse Van Eden. Deze dynamische, opgeruimd klinkende figuur voerde ons scheepstrapje op, scheepstrapje af, deelde ons mede dat geen deur voor ons gesloten hoefde te blijven en opende dan ook inderdaad zelf een groot aantal deuren voor ons. Hij meldde getrouw op welk dek we ons bevonden. We passeerden gangen met zulke illustratieve namen als Kalverstraat, Coolsingel en Kerkstraat. We mochten de commandobrug en de vliegbrug betreden en op het vliegdek een uiteenzetting beluisteren over drie manieren waarop vliegtuigen van de Doorman kunnen opstijgen.
Het werd met al die trapjes op- en afgaan, over hoge drempels stappen, onverwachte hoeken omslaan, veel pardon-zeggen onzerzijds. Want het is een druk verkeer op de Doorman met omtrent elfhonderd man. In een klein kamertje stond een matroos in het wit bij een voorwerp van ongemene betekenis: het moederkampas. Maar het zal wel geen kamertje hebben geheten en geen matroos zijn geweest. Want, als nog eens gezegd, we zijn een kind in marinezaken. En het is een wereld apart met een eigen voertaal die we ons nog geenszins eigen hebben kunnen maken. Bij het passeren van de ziekenboeg stak wat daar te lezen was ons een hart onder de riem, want daar stond dat we er, “te allen tijde” terecht konden. Natuurlijk hopen we dat het nimmer nodig zal zijn. Misschien voor een eenvoudig nummertje zeeziekte? Maar ik vrees dat de ziekenboeg daar niet voor is. Het is met die zeeziekte van ons een eigenaardig geval. We zijn niet zeeziek maar we zijn het ook niet niet. Het is als een griep die niet wil doorbreken.
Na die rondleiding voelden we ons als een toerist die een uur in een bus door Parijs heeft gereden. Hij heeft de Madeleine, de Arc de Triomphe, het graf van Napoleon en Les deux Magots gezien maar zou er niets van kunnen terugvinden. Wat de Karel Doorman betreft - ik zou vooral nog even willen volhouden dat het voor mij een groot schip is, vooruit, laat ik zeggen een heel groot schip. Een liefde op het eerste gezicht is het niet geweest, maar het zou best kunnen zijn dat er een zekere genegenheid bezig is te ontstaan. Dat allemaal schept van mijn kant zekere verplichtingen.
Ik houd u op de hoogte.

 

De geluiden die een oorlogsschip, in dit geval dan de Hr. Ms. Karel Doorman, maakt zijn onvoorstelbaar, naar hoedanigheid en frequentie. Het loopt van het zware gonzen van de ventilatiesystemen in de nacht tot de opeenstapeling van uiteenlopende lawaaien, die zich in de topuren van de dag doen horen.
Er is altijd wel iets. En het is ook niet zo, dat men op een bepaald ogenblik, geheel verzadigd van het dreunen, klappen, gonzen, stampen, tikken, bonken, het gehele complex als een mengsel in zich heeft opgenomen en verwerkt om er dan, in de wetenschap er toch niets tegen te kunnen beginnen, mee door het schip te stappen. Er komt steeds iets nieuws bij - een lawaai dat men nog niet had thuisgebracht. Op deze vroege morgen in mijn hut liggend is het een zoevend gereutel, eindigend in een scherpe knal.
De veronderstelling dat het lieden waren, die de deur van de mandi-kamer met een boze smak achter zich dichtwierpen, hield maar even stand. Het was een geluld van geheel andere allure, en bovendien smijten pas gewassen marinemannen niet onelegant met de - weinige - deuren die de Karel Doorman rijk is.
Zojuist heb ik mij laten uitleggen, dat het nieuwe geluid, dat ik aan de reeks mag toevoegen, en dat mij om de een of andere merkwaardige reden tot nu toe ontgaan was, veroorzaakt wordt door de controle op de remkabels. Ze worden dagelijks op hun betrouwbaarheid getoetst, beproefd door een krachtige tractor die de staalkabels uitrekt als kwam er een vliegtuig op landen. Bij het loslaten lopen de kabels terug en springen weer op hun plaats met de enorme pets die ik mocht vernemen.

Luidsprekers

De Karel Doorman is ook een schip dat voortdurend berichten doorpraait via zijn zgn. ABCD-centrale: wat men daar in de microfoon praat wordt door vele tientallen luidsprekers in alle hoeken en gaten en in alle ruimten op alle dekken verstaanbaar gemaakt. Dat moet ook. Want dat luitenant ter zee X even op de vliegbrug moet komen, dat er 's avonds iets te doen is in het verblijf van de onderofficieren en dat het om kwart voor tien "aanvang theedrinken" is, zijn zaken die snel tot de betrokkenen dienen door te dringen.

Signalen

Tot de regelmatig weerkerende luidspreker-annonces behoren de scheepssignalen die aangeven, dat zekere situaties zich zullen gaan voltrekken of zich dienen te voltrekken. Men heeft de pingels, die 'n grote rol spelen voor wat betreft het rookverbod. Voortdurend moet iedere opvarende van de Karel Doorman zich gewetensvol rekenschap geven van het feit of de plek waar hij zich in het schip bevindt al of niet onder ’n rookverbod valt. Het is duidelijk. Op een vliegkampschip met een voortdurend intern transport van brandbare vloeistoffen onder zijn dekken, mag geen enkel risico worden genomen. Opletten dus. Mag er op dit moment op het bakboordbordes gerookt worden of niet? Het komt vaak voor, dat men het niet zeker weet.

 

Gisteravond nog maakten drie argeloze lieden sigaret in de aanslag, uit dat het kón. Men stak de brand erin - per lucifer, een aansteker zal men op de Karel Doorman nooit zien gebruiken, en tien seconden later klonk de rookverbodpingel. Een vermanend xylofoonwijsje. Na drie trekken wierp het drietal de sigaretten in de wijde oceaan. Want aan het opsparen van peuken, hoe lang ook, kan men niet beginnen. Bovendien, sigaretten op de Doorman zijn belastingvrij en dus goedkoop, zij het gerantsoeneerd.

Roffels

Wie ook regelmatig bijdragen aan de uitzendingen van de scheepsomroep zijn de tamboers en pijpers van de mariniers, die op de Doorman zijn geplaatst. Zij zijn het hun roffels slaan, hun hoornsignalen blazen en hun deuntjes pijpen. Aan de onpopulaire reveille, om half zeven geblazen, weten ze door een combinatie van geestdrift en psychologische aanpak wat verzachting te verlenen Het is niet alleen het grimmig-dreigende “Als je niet opstaat blijf je maar liggen, moet je maar weten wat ervan komt” dat de hoornblazer doet horen. Er wil nog wel eens een vriendelijke Franse reveille aan voorafgaan, en dezer dagen kwamen er een paar regels mee uit "Wordt wakker het zonnetje is al op" en niemand zal willen ontkennen dat dat mooi gevonden is.

Betekenis

De hoornsignalen die in de loop van een dag virtuoos geblazen, door de ijzeren ingewanden van de Karel Doorman schetteren, hebben een betekenis die, voorzover wij mochten ervaren, meestal illustratief is voor de handeling waarop ze slaan. Wanneer het vliegrol is voor de Stoefs, dat wil zeggen, wanneer deze vliegtuigen (die men ’s avonds met hun geknakte vleugels wat zielig op het dek ziet staan) de lucht in moeten, blaast men "Komt een vogel gevlogen"; als het helikopterrol is perst men "Daar bij die molen" uit de longen. Na "De olieman heeft een Fordje opgedaan", de Jordaan-ode van Louis Davids, wil het nog wel eens gebeuren dat een jager langszij komt. Met als aansluitend vervolg een spectaculair nummer tanken in volle zee tussen twee schepen die, een krappe dertig meter uit elkaar liggen, met gelijke vaart van 25 km per uur opstomen.
Als ze het horen bij de koopvaardij schudden ze ongelovig het hoofd, zegt men dan bij de marine. Het overbrengen van lichte lasten, daaronder dan zowel te verstaan een zak vrachtgoed als een lid van de bemanning, wordt geannonceerd door 'n plezant geblazen regeltje "Schipper, mag ik overvaren?"

Toegift

Soms laat een matroos een dek hoger een stuk ijzer uit zijn handen vallen, of het is althans iets dat daarop lijkt - dit is dan een toegift op de constante geluidenreeks die de Karel Doorman op zijn tocht voortbrengt. Een bijzonder ijl geluidje is elke avond op te vangen in de eetzaal van de officieren. De korporaal-hofmeester plaatst dan een kleine tafelgong naast het bord van de eerste officier. Hij overhandigt de eerste officier een miniem hamertje en deze geeft er een tikje op dat zeer muzikaal klinkt en zelfs bijna lieflijk. Een broos geluidje dat nauwelijks past in de hectische kabalen van het stoere marineleven.

Motoren

De sterke dreunende motoren van de Karel Doorman zijn nu nog niet eens ter sprake gekomen. Neemt u maar van mij aan dat ze er zijn. De Karel Doorman wordt voortgestuwd door twee turbines van 20.000 pk elk. Laat ons vooral ook de stoomkatapult niet vergeten die op zijn tijd een hartig nummertje lawaai weet weg te geven. Er dan zijn er de eenvoudige menselijke activiteiten, een timmerman met klinknagels in de weer, een andere handwerksman die driftig ergens op moet bonken. De Karel Doorman door de week: een baaierd van geluid. Wie kan daarin nog iets onderscheiden?
Een van de voorbeelden die men ons gaf om aan te tonen welk een gaaf zeeman de huidige commandant van de Doorman, kapitein ter zee baron Van Lijnden is: "Wanneer de schroef 's nachts één omwenteling meer gaat lopen", zo bezwoer ons een doorgewinterd zeeofficier, "wordt de commandant er wakker van".

 

(Van een onzer verslaggevers)

WILLEMSTAD, 16 febr. Een aantal Antilliaanse jongelui is vanmorgen - tijdelijk - met het Smaldeel V op de Nederlandse Antillen teruggekeerd. Zij maken deel uit van de Koninklijke Marine, namen geruime tijd geleden dienst en bevaren thans de schepen van de Koninklijke Marine. Vanmorgen vroeg reeds, ging op last van de commandant van het smaldeel, commandeur A. van Es, een boodschap aan alle comman-danten van de schepen rond, waarin wordt aangedrongen, zo ver de dienst het toelaat, deze jongens zoveel mogelijk vrijaf te geven.

Hun familieleden stonden vanmorgen reeds vroeg, tegen zes uur, samen met vele andere honderden kijkers, rond de Annabaai en het Schottegat. Antillianen die vrienden en kennissen aan boord van de schepen hebben, Hollanders die familieleden aan boord hebben. Zij bevolkten vanmorgen het havenhoofd, dromden bijeen op Fort Nassau en spoedden zich naar het Nieuwe Haven-complex voor de begroeting.

 

Het is een soort intocht geworden; een blijde intocht die iets feestelijks met zich bracht. De "Karel Doorman" was nog niet afgemeerd of honderden auto's stonden op de Nieuwe Havenweg. De beide onderzeebootjagers en de onderzeeërs zochten toen nog hun weg door de Annabaai. Hoog er boven draaide, met kundige bestuurd, een klein geel vliegtuigje zachtjes tegen de bewolkte hemel. Vooral vanuit de lucht was de binnenkomst van het smaldeel een prachtig gezicht. We hebben dat kunnen aanschouwen, dankzij de medewerking van velen, maar vooral van de zijde van de piloot die zich als een vakman van zijn taak heeft gekweten.

Persconferentie

Terwijl de stroom belangstellenden naar de schepen aanhield, hield de commandant van het Smaldeel, commandeur A. van Es in zijn kajuit een persconferentie. Men is blij hier te zijn - Curacao is een thuishaven, aldus de commandant. Groot is het aantal reisindrukken dat de bemanningen van de schepen heeft opgedaan in Las Palmas, waar olie werd geladen, in Trinidad, waar gepassagierd werd en in Suriname, waar men een onvergetelijk ontvangst heeft beleefd. Het is reeds allemaal gepubliceerd de voorbije weken. Han G. Hoekstra deed er nog een schepje bovenop met speciale reportage in “Het Parool” en de "Beurs- en Nieuwsberichten". Dat men ook dit bezoek onvergetelijk wil doen zijn blijkt alleen al uit het feit dat de bemanning van de "Karel Doorman" aan boord voor een speeltuin heeft gezorgd, om de kinderen van bezoekers een aangenaam ogenblikje te bezorgen.' Er is een draaimolen, een wip, schommels en tal van andere "feestartikelen", waaraan de jeugd, ook op een te houden kindermiddag, zich kan plezieren.

Veel werd er geoefend in de afgelopen weken. De Smaldeel-commandant is er “berucht” om geworden. Maar hij is tevreden over de bemanningen. Men heeft zich bijzonder enthousiast en vooral ook in de havens, correct gedragen. “Voorbeeldig zelfs”, aldus commandeur Van Es. De scheepsbemanningen zullen hier na de oefeningen en met een nieuwe periode van manoeuvres in het vooruitzicht, in de meest letterlijke zin komen uitblazen.

 

[Home] [MOCV] [MOKH] [C801] [Mijnendienst] [Ouddorp] [Onderzeedienst] [C802] [Fort Erfprins] [R81] [Sharp Squall 5] [Vierde Reis] [De West 62] [Trinidad 1962] [Suriname 1962] [R81 Willemstad] [Curacao 1962] [Reunie-1990] [Reunie 2010] [TOKM] [Hr Ms Balder] [Hr Ms Zuiderkruis]