------------

eXTReMe Tracker
Matroos

DEKDIENST (matroos)

 

ALLEMANSEINDJE

Eb en Vloed

MATROOS VAN ALLE MARKTEN THUIS

Matrozen kwamen op ieder schip in grote aantallen voor.
Zij onderhielden het schip, stonden aan het roer, sjouwden met zware trossen en wisten alles van touwwerk. Bijna iedere matroos bezat wel een of meer brevetten.
Dat hield in dat hij ook nog werk verrichtte op een totaal ander gebied.
Velen waren kanonnier en werkten als zodanig een deel van de dag met het geschut. Anderen waren radioafstandspeiler en zaten urenlang in de donkere radarruimten.
Zij konden zeilen, roeien en wrikken. Al met al moest je een paar stevige handen aan je lijf hebben.
.In 1953 waren er 2500 matrozen bij de marine. Zij vormden ruim een kwart van het totale personeel bij de vloot!
vakonderricht kreeg je op de NoordBrabant, een betonnen schip dat op de Hilversumse hei lag.
Het was natuurlijk een onwerkelijke toestand om bij het loden het lood op het zand te gooien. Gelukkig gingen we al gauw naar de oude luchtafweerkruiser Jacob van Heemskerck in Vlissingen. Die was voor de matrozenopleiding. Want matrozen werden van oudsher opgeleid op oude oorlogsschepen.
ALLEMANSEINDJE
Belangrijk was het splitsen en knopen, dat iedere matroos moest beheersen.
Voor iedere bevordering moest er weer een werkstuk worden gemaakt, telkens wat moeilijker.
Een veel gevraagd examenstukje was het bekende allemanseindje, het sierlijke stukje touw dat aan de klepel van de scheepsbel hangt. In menig Helderse huiskamer kom je het tegen als siervoorwerp.
De grote dekken van het oude schip leenden zich ook uitstekend om een andere matrozentaak te vervullen: het regelmatig terugkerende dekschrobben, roestbikken en het soppen van de dekhuizen.
Ook werden zij getraind in het omgaan met katrollen en allerlei hijsinstallaties.
Want als er aan boord van een schip wat gehesen of getakeld moest worden dan was dat de taak voor de dekdienst, zoals de club matrozen met het kader ook wel werd genoemd.
MISTER S
Vaarpraktijk kregen we op de vooroorlogse Abraham van der Hulst, een zogenaamde ijzeren mijnenveger. Hier stonden we aan het roer en ondervonden we hoe moeilijk het was om een rechte koers te varen.
Een schip stuurt nu eenmaal niet als een auto. Als je na een koersverandering het roer weer midscheeps brengt blijft het schip gewoon nog even zijn bocht doorzetten.
Zaak is dus om tijdig te stutten. Bij een roerganger die het niet onder de knie kreeg, vormde het kielzog een slingerende witte baan over de zee.
Met enig leedvermaak werd dan gevraagd of Mister S soms aan het roer stond.
Ook het varen met zeil- en roeisloep werd geleerd, evenals het loden met de dertig meter lange loodlijn, waarmee de diepte kon worden afgelezen aan de hand van de rode, witte en blauwe lapjes.
DE KAAN
De onderofficieren van het matrozenvak, de dekonderofficieren, hadden eigen namen.
Men spreekt niet van korporaal, sergeant, majoor of adjudant, maar respectievelijk van kwartiermeester, bootsman, schipper en opperschipper.
In het marinejargon werd de schipper meestal de Kaan genoemd. Hij was bijna altijd de chef d'equipage op het schip
Dat was een chef algemene zaken, een belangrijk man.
Onder meer omdat hij de wachtlijsten opstelde en chef was van het onderofficiersverblijf dat de Gouden Bal wordt genoemd. Schippers kregen soms minder voor de hand liggende functies.
Zo voerde Van der Pluim een tijdlang het gezag over de kustsleepboot 'Wamandai', die in Curaçao gestationeerd was. Met een vijfkoppige bemanning voer bij regelmatig naar Aruba of Bonaire.
Want dekonderofficieren leerden ook kustnavigatie
Tegenwoordig zijn de taken van matrozen drastisch veranderd. Alleen afmeren gebeurt nog grotendeels op de oude manier.
Het aantal matrozen, onder wie ook meisjes, is sterk ingekrompen. Zij maken nu deel uit van de Operationele Dienst Nautische Dienst.

 

[Home] [MOCV] [MOKH] [C801] [Mijnendienst] [Ouddorp] [Onderzeedienst] [C802] [Fort Erfprins] [Matroos] [Navgis] [R81] [TOKM] [Hr Ms Balder] [Hr Ms Zuiderkruis]